Verbs of position: staan, liggen, zitten, hangen and lopen

If you want to tell in Dutch where something is, the position of the thing is important. A sentence without mentioning the position, as in "Mijn sleutels zijn op tafel.", doesn’t sound natural at all. Much better would be "Mijn sleutels liggen op tafel."

Staan

Een boek staat op tafel

The position is vertical.

1
Een bankstel

The thing stands on legs.

2
Een skateboard

The thing stands on wheels.

3
Een tekst op papier en een usb-stick

Text, pictures, files and information.

4
Show the examples and conjugation

Liggen

Een boek ligt op tafel

The position is horizontal.

1
De skyline van Den Haag

Geographic locations.

2
Show the examples and conjugation

Hangen

Een trui aan een kleerhanger

It hangs.

Show the examples and conjugation

Zitten

Een boek in een tas

It’s in a bag, box, fridge, train ...

Show the examples and conjugation

Lopen

Een weg de van A naar B loopt

A long form from A to B or alongside something.

Show the examples and conjugation