Quand utilise-t-on « vroeger » et « eerder » ?

Quand utilise-t-on le mot « vroeger » et quand utilise-t-on « eerder » ?

1. Vroeger: il y a plus de ±20 ans

een dinosaurus
de vikingen
een cassettebandje en een floppy
il y a
20 ans :
2005
maintenant
2025
vroeger
Soyez plus précis ici:
een paar uur geleden
vorige week
eerder deze maand
een paar maanden terug
twee jaar geleden
etc.
Ik ben hier vroeger geweest = en 1990, en 1955, ...
Ik ben hier eerder geweest = ce n'est pas la première fois
Een tamagochi: vroeger was dit mijn huisdier
Een cassettebandje: vroeger was dit het einde van jouw
		muziekcollectie

2. « Vroeger » comme comparaison : plus tôt dans la journée

Twee wekkers die afgaan: gisteren om 7:30uur en vandaag om
8:30uur

Gisteren stond ik vroeger op dan vandaag.
ou
Gisteren stond ik eerder op dan vandaag.

✔ De bus kwam 10 minuten vroeger (dan gepland).
✔ De bus kwam 10 minuten eerder (dan gepland).
✘ De vakantie begint dit jaar twee dagen vroeger (dan vorig jaar).
✔ De vakantie begint dit jaar twee dagen eerder (dan vorig jaar).